| home | contact | producten | publicatielijst | testimonials | Vondelpark | columns | media |
|---|
‘New York, boomadvies’, staat er op een van de vele auto’s die vandaag in het park geparkeerd staan. New York met bomen is nou niet mijn eerste associatie, maar ik vloog of voer nooit over de grote plas en heb de stad die nooit slaapt nooit met eigen ogen gezien.
De man die nu uit de hoveniersauto stapt, fantaseer ik tot boomvluchteling. In New York groeien beduidend minder bomen dan in het prachtige Vondelpark dus zocht hij hier zijn toevlucht en werkterrein. Heijmans, Imtech en een tweede hoveniersbedrijf zijn allemaal bezig. Geulen worden gegraven, kabels uitgerold, hoopjes zand opgeworpen, takken afgezaagd en tot natuurlijke wallen opgetast. Hier en daar zijn de twijgen zelfs min of meer gevlochten tot lage, langgerekte barrières tussen de bomen. Die barricades van tenen doen me denken aan het woord kreupelhout. Dat is een sprookjeswoord, net als sprokkelhout. Nog even en ik ruik een huisje van peperkoek in het ‘bos’. Straks, thuis, zoek ik het op. Kreupelhout: laag houtgewas met dooreengegroeide stammen en takken. Met deze column krijgen de lezer én de schrijver er nog een heel groen vocabulaire bij!
Dan hoor ik een luidruchtige veertiger aanfietsen. ‘Ik wilde eerst géén tekkel’, beweert hij met stoere stem tegen zijn vriend die naast hem fietst. Het beestje rent de korte pootjes uit het roodbruine lijfje. Hij rent voor de fietsen uit en weer terug en weer vooruit. Deze kloeke uitslover toont zich een jachthond, een echte racetekkel. Hij loochenstraft de denigrerende valse-schaamte-woorden van zijn baasje.
Een toerist fotografeert de mist boven de grote vijver. Ik vraag me af of die flarden straks te zien zullen zijn op de foto, het is grauw. Er zijn maar weinig genieters in het park. ‘Vanwege het pietenweer,’ zou mijn oma zeggen. Pieten in de betekenis van luizen, een ouderwetse uitdrukking. Pieten in plaats van honden is even creatief als keurig. Ik dwaal associatief af omdat er vandaag in het park weinig inspiratie op valt te doen.
Een briefje op de tuindeur aan een van de toegangsstraatjes redt mij. ‘Mijn vriendin is weg en verder valt hier ook niks te halen’. Onder deze mededeling staat een foto van de binnenplaats. De zin vormt een mer à boire. Is die vriendin dan gestolen? Door wie? Stond ze naast die fiets op de binnenplaats? Waarom mocht ze niet gewoon naar binnen, lekker bij de warme haard? Geen wonder dat ze er vandoor is gegaan met dit beestenweer, het arme schaap.
Of is de zin bedoeld als smeekbede? Hoopt de man dat zijn ex dit leest en dan beseft hoe waardevol ze wel niet voor hem was? Al zijn bezittingen zijn voor hem van generlei betekenis nu zij er niet meer is. Ze kunnen hem gestolen worden. Het plakkaat is bedoeld als uitnodiging aan een ruitentikker. Of juist niet, moet deze boodschap aspirant-boeven afschrikken en ontmoedigen? Uit medelijden verzin ik een gelukkig einde. Een slimme gelegenheidsdievegge kan haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, breekt in, wordt betrapt en toen leefden ze nog lang en gelukkig.
Het mist. Wolken hangen laag boven het Vondelpark. De waterkou probeert zich door mijn vlees heen een weg te banen naar mijn botten. Het groen wordt elke dag meer weggedrukt door geel- en bruintinten. De kastanjes voorop, hun bruine bladeren zijn bijna allemaal naar beneden gedwarreld op het zwarte asfalt en het grauwe grind. De eerste gehandschoeide fietsers passeren. De herfst lijkt nu echt definitief.
Maar met lente-achtige dartelheid stormt een witte boxer op mijn voorwiel af. Ik kan zijn wilde kriskras net omzeilen. Vrolijk springt hij op een soortgenoot af. Een paar meter verderop moet ik weer uitwijken. Dit keer is het een roodbruine Setter. Ook al de lente in zijn kop. Juist op het nippertje rem ik. Heb ik ooit een bordje ‘honden aan de lijn’ gezien bij de diverse entrees van het Vondelpark? Ik weet het niet, ik heb geen hond dus die informatie is niet relevant.
Hoewel. De naam van de site voor hondenbezitters heb ik wel onthouden. Waarschijnlijk omdat het een ter zake doende dus goed gekozen naam is. Er zit een beloning in: ‘Baasje braaf punt En El’. De site blaft ook, heel grappig. Op de achtergrond Amsterdamse straatgeluiden. Hondje penning, baasje braaf. Een geweldige site, goed geschreven. ‘Honden hebben zelf geen geld, dus betalen bazen mee om de poep op te ruimen.’ En wel het wonderlijke bedrag van 73,44 Euri hondenbelasting per hond per jaar. Na de boxer en de setter, kruist een Deense dog mijn fietspad. Ik heb geluk, vandaag geen pitbull.
De poezen- ofwel push-upbeha is al lang in zwang. Het pronte profiel van de stedemaagd, die het toegangshek aan de Stadhouderskade siert, doet dit tenminste vermoeden. Met haar linkerhand houdt ze het schild met de drie Andreaskruisen vast of liever gezegd tégen, tegen het omvallen. Het blazoen staat een beetje nonchalant aan haar voeten, alsof de verdediging van de stad een bijbaantje is. Haar rechterhand houdt ze op, alsof ze aan het bedelen is. Stond de maagd niet hoog boven de bezoekers van het Vondelpark, dan zouden onverlaten vast hun sigarettenpeuken doven in die opgehouden handpalm. Creatief met beelden. Maar aan de bedelstaf kan de maagd niet zijn vervallen, ze draagt immers een majesteitelijk kroontje.
Verderop staan twee zusjes van haar, vóór het Filmmuseum. De een draagt een kruik, aan de ander is de amfora ontfutseld. Zij is beroofd van haar functie. Of zou het zo zijn dat de ranke figuurtjes van beide dames beter uitkomen als zij hun handen boven hun hoofden heffen, dan heb je immers geen push-upbehaatje meer nodig. Ik heb met de dames te doen, in hun flinterdunne toiletjes met deze kou.
Achter dit tweetal een viertal aan weerszijden van de trappen. Zij zijn gewapend met rijkgeplooide rokken, lekker warm. Ze hebben Oostblokgezichten en torsen kranig een bloempot met een flinke struik op hun hoofd. Het minst bedeeld is het beeld zonder naam. Als ‘naaktfiguur’ gehouwen door Frits Sieger (1893 – 1990). Deze proletarische revolutionair uit de Kinkerbuurt, communist en verzetsman gaf zijn damesbeeld naam noch baan.
“Ahhh, de vijand!”, zegt een jongeman met een dikke laag make-up op zijn gezicht. “En dan doe ik dit”. De geschminckte man maakt een gebaar. Hij kijkt achterom, daar staat de regisseur die dit vijandige doorloopje moet goedkeuren. Op het bankje dat het decor vormt, zitten twee giechelende aankomende sterretjes. Hun leeftijd doet vermoeden dat dit een scene uit een nieuwe Nederlandse soap zal worden. Ze zijn nog lang niet toe aan de wedstrijd om de Beau-Mondetrofee die gisteren op tv was. Of heb ik de kersverse BN-status van deze dames misschien gemist omdat ik pijlsnel doorzapte?
In ieder geval zitten ze met hun mooie billen op de rugleuning en hun vies bemodderde schoenen op de zitting van het donkergroen geverfde bankje. En dat terwijl de spreekkoren langs de voetbalvelden het gespreksonderwerp van de afgelopen dagen is! Of de ouders van voetbalpupillen die de scheids uitschelden en elkaar te lijf gaan langs de lijn. “Voeten van de bank!”, heb ik vroeger geleerd. Deze vorm van verloedering komt straks op tv of in de bioscoop. Geregistreerd door de camera die op het gras staat.
Een beetje verdwaald, achteraf, een jongen met een zwart, vierkant bord. De absorberende of reflecterende lichtman. Een paar rijdende stellages met apparatuur. Camera, licht, geluid, make-up, kleding, regie-assistentie, clapper/loader, catering en de runners. Om een scene heen staat al snel een vijfvoud van de spelende acteurs. En hoe reageren de reguliere Vondelparkers? Ze fietsen, wandelen, skaten en joggen lustig en rustig door. Niemand staat stil bij deze ongewone scene in het Vondelpark.
Vaders bespieden in het Vondelpark is boeiend. Vandaag zie ik drie alleengaande stuks achter de kinderwagen. Tenminste, twee ervan lopen er eigenlijk naast. De eerste is wat ik een ‘geriatrische’ vader noem. Zijn houdbaarheidsdatum is allang overschreden. Misschien is hij al aan de tweede of derde leg. Terwijl de vrouwen van de eerste en tweede worp onvruchtbaar zijn of in de overgang, produceert hij nog naar hartelust kopietjes van zichzelf. De natuur is oneerlijk. Ondanks alle oefening schroomt deze oudere vader nog steeds. Hij loopt werktuigelijk naast de wagen en kan zo onmogelijk gezellig met zijn kleine communiceren. Tatata, gutteguttegut, toe zeg dan: pap-pa! Nee, luid voert hij een zakelijk telefoongesprek en etaleert dat hij gewoon doorwerkt.
De tweede vader-alleen is in de kracht van zijn leven en op een leeftijd die mijn goedkeuring wel kan wegdragen. Dit is een ware voetbalvader. Een die moeiteloos zes tassen met luiers, flessen en knuffels vier hoog draagt, onder de ene arm, en de terreinwagen onder de andere. Maar ook Vader Twee wil niet echt bij zijn kind horen en loopt naast de wandelwagen. Zelfs al is dit een terreinwagen van het stoere type die - zeker hier in het Vondelpark zo vlakbij de duurste winkelstraat van Amsterdam - doet vermoeden dat de vader in kwestie ook een bijbehorende PCHoofttractor zal hebben voor het vervoer van zijn complete gezin.
Slechts vader Drie komt door het vergelijkend vaderonderzoek heen. Hij zit pontificaal midden voor de kinderwagen met zijn kind en voert het een fruithapje.
De zon schijnt af en aan. Bij een opklaring licht het gele blad goud op, aan de bomen. Vandaag is een bijzondere dag in het Vondelpark. Ik ben gelukkig, ik moét het zijn. Dankzij een gratis monster straal ik van geluk. Ik hoef niet te wachten op de regen, zoals de bomen, want ik word - op even mysterieuze als doeltreffende wijze - vierentwintig uur lang gehydrateerd vandaag.
Dat zal die man, daar in de verte, zeker niet ontgaan wanneer hij me straks passeert. Of hij moet behoren tot de groep van één op de tien Nederlanders die geen contacten heeft en totaal versombert. Dan zal hij niet opkijken. Jammer dat ik geen monster voor hem bij me heb want daar zitten wonderbaarlijke ‘welzijnsmoleculen’ in. Ook zijn huidje zou een boost krijgen en tot twee keer zachter worden. De feel-good textuur zou zijn werk doen en hij zou daardoor zeker omkomen in de nieuw verworven sociale contacten. Alleen al het huideuforiserende parfum dat zijn zintuigen zou opwekken, zou hem honderd procent gelukkig doen voelen en stralen. Zo zegt de reclametekst.
Ik snuif de herfstlucht op, een beetje drassig. Het verval ruikt. De bladeren op de paden rotten aan elkaar tot een glibberige massa. De es, de suikeresdoorn en de zwarte populier, alledrie ‘geboren’ in negentienhonderd, laten zorgeloos hun oude vel vallen. In de Vondelparkfolder staan ze onder het kopje ‘Monumentale en bijzondere bomen’. Straks zullen deze bofkonten weer hel en felgroen zijn en daar komt geen wondercrème aan te pas.
Vanuit het bleke blauw breekt de zon tevoorschijn. Het Vondelpark is een van de schoonste plekjes van Amsterdam. Een enkele vergeten champagnefles, de staart van een vuurpijl en een afgebrand sterretje. Terwijl de straten rondom het hof nog roodgekleurd en zwartgeblakerd zijn en bezaaid met glasscherven. In het park hebben de vegers vliegensvlug een wonder verricht.
Een klein kleutertje duwt haar moeder weg. Ze wil meeliften op de sport van de wandelwagen van haar broertje. ‘Nee,’ zegt de moeder wijs en belerend, ‘jij bent jong, jij moet sporten.’ Het zou heel goed kunnen dat deze moeder haar eigen goede voornemens projecteert op de vermoeide korte beentjes van haar dochter. Het is immers de eerste week van het nieuwe jaar. En natuurlijk gonst ook het kale Vondelpark van de prachtigste intenties om dit jaar alles eens helemaal anders te gaan doen. Net als vorig jaar.
Je ziet het aan de joggers. Het percentage strompelaars, pauzeurs en debutanten is beduidend hoger dan in andere maanden van het jaar. Goede bedoelingen moeten wennen aan hun nieuwe trimschoenen. Oliebollen tekenen zich vet af onder de nieuwe trainingspakken. Ieder pondje gaat door het mondje. Dat is trouwens nog eens een bemoedigend eufemisme: we komen pondjes aan en vallen vervolgens kilo’s af. Natuurlijk moet er ook een fiks aantal gestopt-met-rokers onder de hardlopers en wandelaars zijn. Het lukt honderdduizend rokers per jaar om hun verslaving te overwinnen. Deze sterke lieden zullen straks hun schone longen vol kunnen zuigen als het groen weer aan de bomen verschijnt.
Het H-woord staat met stip bovenaan in de nationale enquête van het ministerie van VROM. Betaalbaarheid van het huis in het algemeen en de hypotheekrente in het bijzonder, dat gaat de Nederlander het meest aan het woonhart. Maar daarna volgt toch meteen het groen in – wat de enquêteurs noemen - de fysieke leefomgeving. U weet het, ik schiet snel een zijpad in. Dus vraag ik me af wat het antoniem van fysiek is: mentaal, geestelijk, psychisch. Of virtueel? Dat is in dit columngeval het gunstigst omdat het Vondelpark sinds kort virtueel te koop is! Koop uw eigenste grasspriet, boom of straal uit de fontein!
Wat voel ik me weer een geluksvogel omdat mijn fysieke leefomgeving zo dichtbij de long van Amsterdam is. Zeker nu de eerste narcissen hun zonnige gezichten dapper in de winterwind wenden. Onverdroten volhardt de natuur in de meest barre omstandigheden. Zo zag ik gisteren een prachtige ooievaar genieten van de 80 kilometerlimiet op de A13. Zijn spierwitte verenpak en oranjerode snavel, geen luchtvervuiling leek die te kunnen bezoedelen. Fier keek de vogel vanaf zijn lantaarnpaal naar het gemier van zondagse filerijders onder hem.
Groen willen wij dus, groen in onze eigen buurt, in ons eigen straatje. In de bocht bij de Willemsparkvijver is veel gesnoeid en gezaagd. De snijvlakken van de stammen en takken steken licht af tegen het zanderige grijsbruin dat nu in het park overheerst. Bij tennisclub Festina is hetzelfde te zien aan een stormslachtoffer. Met hoogwerkers, snoeitangen en kettingzagen wordt het groen gered.
Wit ligt de sneeuw langs de fiets- en wandelpaden. Voor me loopt een man. Hij draagt handschoenen, zoals bijna iedereen vandaag. Opeens wijkt hij van zijn pad en schiet de bosjes in. Ik zie dat hij op een aantal papieren afloopt dat erbij ligt alsof iemand hier z’n schooltas heeft omgekieperd. ‘Mooi’, denk ik, ‘prachtig. Het milieu is toch nog niet helemaal uit! Er bestaan nog vrijwilligers met een kloppend groen hart. Bravo!’
De man trekt zijn handschoenen uit, stopt ze in zijn jaszak en bukt naar het eerste, witte A4-tje op de grond. Hij raapt het op en legt vervolgens zijn rechterknie over zijn linker standbeen. Voorovergebogen haalt hij het papier langs de zool van zijn schoen. Stront, poep, kak, schijt, feces, fecaliën, uitwerpselen. Hij laat het bekakte papier vallen waar het lag. Einde van deze nobele eenmansactie. Stank voor dank.
Alsof ik zelf zo’n heilig milieuboontje ben. Bruut heb ik - alweer een tijdje geleden -geweigerd toen een stel geitenwollen sokken mij uitnodigde samen met hen het Vondelpark schoon te vegen. Ik voelde me niet aangesproken omdat ik zelfs het kleinste propje nog eindeloos in mijn hand houd totdat ik een prullenbak tegenkom. Een ook alle volwassenen en hele keurige kinderen die ik ken, gooien niets op straat behalve hun klokhuizen, voor de vogeltjes. Bovendien had ik absoluut geen tijd dus liep ik aan het uitgestoken plastic zakje voorbij. Ik voelde hoegenaamd geen verantwoordelijkheid om de troep van een ander op te ruimen. Een beter milieu begint bij jezelf.
Wist u dat uw hersencellen jongen als u in het Vondelpark beweegt? Het is wetenschappelijk aangetoond: lichamelijke inspanning zorgt ervoor dat er nieuwe hersencellen bijkomen. Goed nieuws voor mensen met dementia praecox of Korsakov. En als u onderweg een puzzeltje oplost, dan is het helemaal feest, uw denkvermogen wordt steeds knapper.
Uit een van mijn nieuwe hersencellen moet het woord ‘Maizenadag’ zijn ontsproten. Terwijl ik zag hoe de baggergraafmachine in een van de vijvers bijna van het ponton afreed, verslikte ik me in het nieuwe fenomeen ‘Bindingsdag’. Het is de dag waarop de regering ons allemaal aan elkaar vast gaat binden. ‘Binding’, gebruikt u dat woord weleens? Ik alleen bij het koken van een sausje dus vandaar mijn vervanging: maizena.
Woorden van de regering zijn belangrijk. Gaat u maar mee, van het Vondelpark naar de Betuwe. Wat ziet u? Prachtige bloesems, boomgaarden, hier en daar een lammetje, Ot en Sien. Janneke staat op een ladder, zij plukt appels en Jip vangt ze op in zijn schortje. Alles pais, vree en groen. Dus is het niet handig om een spoorlijn die daar dwars doorheen gaat stomen, de Betuwelijn te noemen. De overheid moet maatregelen aantrekkelijk maken voor de mensen. En deze zo dicht mogelijk bij huis brengen in normale taal. Daarom blijf ik het zo’n prachtig idee vinden dat iedereen nu een stukje Vondelpark kan kopen. Kunt u straks picknicken op uw eigen graszode, uw hond laten zwemmen in uw eigen stukje uitgebaggerde vijver of eens met uw eigen boom praten.
Columns, wandelingen in het Vondelpark, Amsterdam © Annemarieke Weber
home